Inleiding
De Jansje – Een Zeeuwse motorklipper en haar schippersfamilie (1914–1954)
"Een schip is meer dan staal, hout en een motor. Het is een drager van verhalen, een bron van bestaan en een stille getuige van het leven van de mensen die ermee voeren."
De geschiedenis van de Nederlandse binnenvaart is grotendeels geschreven door duizenden kleine vrachtschepen die dag in, dag uit de rivieren, kanalen en zeearmen bevoeren. Zij vervoerden landbouwproducten, bouwmaterialen, kunstmest, kolen en talloze andere goederen die essentieel waren voor de Nederlandse economie. Slechts een klein aantal van deze schepen is uitvoerig gedocumenteerd. De meeste verdwenen geruisloos uit de vaart en lieten nauwelijks sporen na.
De motorklipper Jansje behoort tot die grote groep ogenschijnlijk gewone binnenvaartschepen. Juist daardoor is haar geschiedenis bijzonder. Zij vertegenwoordigt een generatie schepen die gedurende tientallen jaren het economische en sociale leven van Zuidwest-Nederland mede mogelijk maakte. Achter de naam Jansje schuilt bovendien het verhaal van een Zeeuwse schippersfamilie die haar bestaan op het water opbouwde en waarvan een uitzonderlijk familiearchief bewaard is gebleven.
Deze monografie is het resultaat van een uitgebreid onderzoek naar de geschiedenis van de Jansje. Anders dan veel scheepsbeschrijvingen is dit onderzoek niet uitsluitend gebaseerd op algemene literatuur of scheepsregisters. De kern wordt gevormd door originele documenten uit het familiearchief van de familie Jongman. Tot deze bronnen behoren onder meer notariële hypotheekakten, belastingdocumenten, reis- en kasadministraties, onderhoudsrekeningen, identiteitsbewijzen, familiefoto's en originele foto's van het schip zelf. Deze primaire bronnen maken het mogelijk de geschiedenis van de Jansje veel nauwkeuriger te reconstrueren dan bij de meeste vergelijkbare binnenvaartschepen.
Uit de beschikbare documenten blijkt dat de Jansje oorspronkelijk werd gebouwd onder de naam Maria. De bouw vond plaats in 1914 te Roodevaart aan den Moerdijk, een plaats die in het begin van de twintigste eeuw bekend stond om haar kleinschalige scheepsbouw voor de binnenvaart. In 1927 werd het schip officieel geregistreerd in Middelburg en kreeg het de naam Jansje. De technische beschrijving uit een notariële hypotheekakte vermeldt onder meer een stalen motorklipper met een 35 pk Kromhout-middeldrukmotor, een laadruim, een mast, voor- en achterlogies en een meetinhoud van 159,544 m³. De thuishaven was Breskens, waarmee het schip stevig verankerd was in de Zeeuwse binnenvaart.
De familie Jongman vormt de rode draad door deze geschiedenis. Documenten tonen aan dat Willem Jongman, geboren op 24 augustus 1877 te Hoofdplaat, een centrale rol speelde in de vroege geschiedenis van het schip. Later verschijnt Pieter Jongman als schipper en eigenaar. Uit belastingdocumenten blijkt dat hij in 1953 daadwerkelijk aan boord van de Jansje woonde. Kasboeken en reisadministraties geven vervolgens een zeldzaam inkijkje in het dagelijkse bestaan van een zelfstandige binnenvaartschipper. Zij laten niet alleen zien waar het schip voer, maar ook welke inkomsten werden verdiend, welke leningen werden afgesloten en hoe onderhoud en exploitatie werden bekostigd.
Een bijzonder aspect van dit onderzoek is dat officiële documenten en familiearchief elkaar voortdurend aanvullen. Notariële akten bevestigen technische gegevens van het schip, terwijl persoonlijke administraties inzicht geven in de dagelijkse praktijk. Daardoor ontstaat niet alleen een technische beschrijving van een schip, maar vooral een reconstructie van het leven van de mensen die ermee werkten en woonden.
Hoewel inmiddels een groot deel van de geschiedenis van de Jansje kon worden gereconstrueerd, blijven enkele belangrijke vragen nog onbeantwoord. Zo is de exacte scheepswerf nog niet met zekerheid vastgesteld, ontbreekt de oorspronkelijke meetbrief en is de verdere levensloop van het schip na de verkoop in 1954 nog onbekend. Juist deze openstaande vragen maken duidelijk dat deze monografie geen eindpunt vormt, maar een tussenstand van een voortdurend historisch onderzoek.
Het doel van deze uitgave is daarom tweeledig. Enerzijds wil zij de geschiedenis van de Jansje en de familie Jongman duurzaam vastleggen voor toekomstige generaties. Anderzijds wil zij een bijdrage leveren aan de documentatie van de Nederlandse kleine beroepsvaart, waarvan nog veel verhalen dreigen te verdwijnen. Iedere nieuw gevonden bron zal deze reconstructie verder aanscherpen en aanvullen.
De Jansje was misschien geen groot of beroemd schip. Juist daardoor verdient zij het om herinnerd te worden. Zij vertegenwoordigt de duizenden binnenvaartschepen die gedurende tientallen jaren het fundament vormden onder de Nederlandse handel en economie, en zij vertelt het verhaal van de mensen die hun leven aan boord doorbrachten.
