De oorlog bereikt ook het water

In de vroege ochtend van 10 mei 1940 viel Duitsland Nederland binnen. De neutraliteit waarop opnieuw was gehoopt, hield geen stand. Vijf dagen later capituleerde het Nederlandse leger, behalve in Zeeland, waar de strijd langer doorging. Voor de binnenvaart begon een periode waarin varen veel meer werd dan het vervoeren van een lading van A naar B. De Jansje was toen ongeveer zesentwintig jaar oud. Zij had de Eerste Wereldoorlog, de modernisering van de jaren twintig en de economische crisis van de jaren dertig doorstaan. Nu werd het schip onderdeel van een economie die door de Duitse bezetter werd gecontroleerd. Lading, route en zelfs de beschikbaarheid van het schip konden voortaan door militaire of politieke belangen worden bepaald. Voor een schippersgezin kwam de dreiging bijzonder dichtbij. Het schip was niet alleen het bedrijf waarmee de kost werd verdiend, maar ook het huis waarin werd gegeten en geslapen. Wie het schip verloor, kon daardoor in één klap zijn inkomen én zijn woning kwijtraken.

Waarom de binnenvaart zo belangrijk was

Nederland kon tijdens de bezetting niet zonder vervoer over water. Schepen brachten grote hoeveelheden kolen, voedsel, bouwmaterialen en andere goederen naar steden en fabrieken. Dat kostte relatief weinig brandstof, terwijl wegen en spoorlijnen maar een beperkte capaciteit hadden. Rivieren en kanalen bleven dus economische levensaders. Precies die betekenis maakte de binnenvaart interessant voor de bezetter. Scheepsruimte kon worden toegewezen, routes konden worden voorgeschreven en ladingen gecontroleerd. Naarmate de oorlog vorderde, groeide de Duitse behoefte aan transportmiddelen. De zelfstandigheid die altijd zo kenmerkend was geweest voor de schipperij kwam steeds verder onder druk te staan.

Een schipper bevond zich daardoor in een moeilijk spanningsveld. Niet varen betekende geen inkomen en kon argwaan of dwang oproepen. Wel varen kon betekenen dat een lading direct of indirect de Duitse oorlogseconomie diende. Tegelijk moesten ook Nederlandse burgers worden voorzien van voedsel en brandstof. De werkelijkheid was zelden zwart-wit. Om de keuze van een individuele schipper te beoordelen, moeten we weten welke opdracht hij kreeg, welke lading hij vervoerde en hoeveel ruimte hij werkelijk had om te weigeren.

Varen onder controle

Papieren, bemanning, lading en bestemming konden worden gecontroleerd. Bij bruggen, sluizen en belangrijke vaarwegen was de aanwezigheid van Duitse instanties merkbaar. Een beroep dat van oudsher draaide om eigen keuzes, veranderde in varen onder toezicht.

Ook technisch werd het bestaan moeilijker. Brandstof kwam op distributie en onderdelen, staal, touw en verf werden schaars. Een defect dat vóór de oorlog met een bezoek aan een werf kon worden opgelost, kon nu tot weken of maanden stilstand leiden. Schippers en monteurs moesten improviseren, oude onderdelen opnieuw gebruiken en reparaties zo lang mogelijk uitstellen. Vordering raakte een schippersgezin anders dan een ondernemer met een bedrijfspand aan de wal. De roef was de vaste woonplaats, hoe vaak het uitzicht buiten ook veranderde. Wanneer het schip werd meegenomen, moest het gezin soms onmiddellijk op zoek naar onderdak.

Ervaringsverhalen laten zien dat schippers hun vaartuig soms probeerden te verbergen of onbruikbaar te maken. Essentiële onderdelen werden verwijderd en elders opgeslagen. Een getuigenis over schepen bij Slikkerveer beschrijft hoe bemanningen in september 1944 hun schepen verlieten, waarna de vaartuigen naar de Bakkerskil werden gebracht. De opvarenden brachten vervolgens maanden door op tijdelijke adressen.

Zo'n geschiedenis maakt duidelijk hoe direct de oorlog ingreep in het dagelijks leven. Een besluit om een schip uit Duitse handen te houden kon betekenen dat een gezin diezelfde dag zijn huis achterliet, zonder te weten wanneer het zou terugkeren.

Gevaar vanuit de lucht

Vanaf 1943, en vooral in 1944, nam de geallieerde luchtoorlog boven Nederland sterk toe. Treinen, vrachtwagens en schepen konden als onderdelen van de Duitse logistiek worden aangevallen. Voor een Nederlandse schipper ontstond daarmee een wrange situatie: de vliegtuigen hoorden bij de geallieerden van wie men de bevrijding verwachtte, maar konden boven een rivier een onmiddellijk levensgevaar vormen.

Ook bruggen, sluizen en havens werden doelwit of bij terugtrekkingen vernield. Een intact schip kon weinig wanneer een brug in het water lag, een sluis niet meer werkte of een vaarweg door wrakken was geblokkeerd. De ontwrichting hield bovendien niet op zodra een aanval voorbij was. Veel routes bleven nog lange tijd onbruikbaar of gevaarlijk.

Zeeland wordt frontgebied

Het feit dat mijn familie zijn roots heeft in Zeeland is bijzonder relevant. De provincie lag aan de Schelde en dicht bij de verbindingen naar België en Antwerpen. Vanaf het najaar van 1944 maakte de Slag om de Schelde grote delen van Zeeland tot frontgebied. Beschietingen, inundaties (het bewust onder water zetten van land), vernielde infrastructuur en troepenbewegingen maakten normaal verkeer bijna onmogelijk.

Voor wie een band met Breskens had, was de oorlog daardoor niet langer alleen een bezetting op afstand. De strijd kwam letterlijk in de directe omgeving. De bevrijding van Walcheren in de eerste dagen van November 1944 had direct impact op Zeeuws Vlaanderen. Als onderdeel van de bevrijding van Walcheren, operatie Infatuate werd de kuststrook van Zeeuws Vlaanderen gebombardeerd. Ook Breskens werd hard geraakt met tientallen doden en vele gewonden. Van mijn moederzijde werd het huis van mijn grootouders volledig weg gebombardeerd.

1944: de greep op schepen wordt sterker

Na de snelle geallieerde opmars door Frankrijk en België ontstond op 5 september 1944 de indruk dat de bevrijding van heel Nederland nabij was. Op deze Dolle Dinsdag sloegen veel Duitsers en collaborateurs op de vlucht. De frontlijn bleef echter nog maanden in Nederland liggen.

In die chaotische fase nam de behoefte aan transportmiddelen toe en groeide voor scheepseigenaren het gevaar dat hun vaartuig werd meegenomen. Voor sommige gezinnen volgden geen dagen, maar nog acht maanden van onzekerheid, onderduik of gedwongen verblijf aan de wal.

In West-Nederland werd de winter van 1944–1945 bovendien een strijd tegen honger en kou. Binnenvaart had grote hoeveelheden voedsel kunnen vervoeren, maar vaarwegen, brandstof en scheepsruimte waren juist door vorderingen, oorlogsschade en blokkades ontregeld. Ook schippersgezinnen trokken naar boeren om bezittingen tegen eten te ruilen.

De bevrijding was nog geen thuiskomst

Toen de Duitse bezetting in mei 1945 eindigde, begon voor veel eigenaren pas de zoektocht. Waar was het schip gebleven? Bestond het nog? Wie had het gebruikt? Lag het beschadigd in Nederland, was het naar Duitsland gebracht of was het tijdens een militaire operatie verloren gegaan? Een teruggevonden schip was bovendien niet automatisch een bruikbaar schip. Motoren en instrumenten konden ontbreken, de roef kon zijn leeggehaald en de romp kon beschadigd zijn. Werven, vakmensen en materiaal waren schaars. Terugkeer was daarom vaak pas het begin van een lang herstel.

Daarbij ontstond een omvangrijke administratie. Eigendom moest worden bewezen, schade werd getaxeerd en voor herstel of vergoeding moesten formulieren en verklaringen worden ingediend. Juist die bureaucratie is nu waardevol voor historisch onderzoek. Het Bureau Oorlogsschade Binnenvaartschepen registreerde onder meer vernietigde, ontvreemde en beschadigde schepen, vorderingen en financiële schade door onderduik of geblokkeerde vaarwegen.

De familieoverlevering over oorlogsschade aan de Jansje zou daardoor goed te onderzoeken moeten zijn. Ik schrijf dit deel van het verhaal medio Augustus 2026. Op dit moment heb ik deze zoektocht nog niet afgerond. Als een officiële claim of taxatie bestaat, kan die technische gegevens, een ligplaats, een datum en een beschrijving van de schade bevatten. Het archief Oorlogsschade Binnenvaart bij het Nationaal Archief zou daarom een van de meest kansrijke zoekplaatsen moeten zijn. Die staat dus ook op mijn lijstje om de komende periode hetzij fysiek hetzij digitaal te bezoeken.

De Jansje in deze donkere periode

Zoals geschreven kon een schip kon door Duitse autoriteiten of krijgsmachtonderdelen worden gevorderd. De eigenaar verloor dan de beschikking over zijn belangrijkste bezit. Soms bleef de oorspronkelijke bemanning aan boord, soms werd het schip zonder haar ingezet. Andere vaartuigen werden naar Duitsland of naar een militair operatiegebied gebracht. Dat dit geen zeldzame uitzondering was, blijkt uit vele geregistreerde scheepsgeschiedenissen.

Ook de Jansje is heftig geraakt door de oorlog. Begrijpelijk vertelden mijn grootouders niet zo heel veel over deze erbarmelijke tijd. Uit de overlevering weet ik dat het schip in 1943(?) door de Duitsers in beslag is genomen. Waarschijnlijk in de buurt van Hendrik Ido Ambacht. Ik veronderstel dat hier daar in de buurt is geweest omdat mijn grootouders en hun twee kinderen (mijn vader en zijn broer) enige tijd samen met twee andere families in een vervallen huis hebben gewoond. Wanneer Nederland in mei 1945 wordt bevrijd, is de Jansje ongeveer eenendertig jaar oud. Naar het schijnt is de Jansje door een beschieting van Engelse jagers tot zinken gebracht.

Wanneer Nederland in mei 1945 wordt bevrijd, is de Jansje ongeveer eenendertig jaar oud. Kort na de bevrijding is de Jansje gelicht door mijn grootvader en zijn broer, hebben zede schade hersteld en is het schippersleven weer opgepakt.

Vervoer over water was hard nodig voor voedselvoorziening en wederopbouw, maar bruggen, sluizen, vaarwegen en talloze schepen zijn beschadigd. Voor de Jansje begint daarmee een nieuwe periode van herstel en verandering.

Bronnen en verantwoording

  • Barend van Lange, Binnenvaart in oorlogstijd — algemene geschiedenis van de Nederlandse binnenvaart onder bezetting, waaronder vordering, weigering, onderduik en oorlogsgevaar

  • George Snijder & Mirjam Peil (red.), Laverend de oorlog door — verhalenbundel over varend erfgoed in de Tweede Wereldoorlog, met ervaringen rond beschieting, vordering, verzet en voedseltochten

  • Vereniging De Binnenvaart, Binnenvaart in W.O. II — historische getuigenissen en voorbeelden uit de schependatabase; uitsluitend gebruikt als context, niet als bewijs voor de Jansje Online bekijken

  • Vereniging De Binnenvaart, Generaal Binnendijk / Aquarius — gedocumenteerd vergelijkingsgeval van een schip dat in 1942 werd gevorderd en na de oorlog werd teruggevonden Online bekijken

  • Nationaal Archief, Bureau Oorlogsschade Binnenvaart (toegang 2.16.15.02) — archief met registraties van vernietigde, ontvreemde, beschadigde en gevorderde binnenschepen en andere oorlogsschade Online bekijken

  • Nationaal Archief, Afdeling Vervoerwezen (toegang 2.16.84) — archief over transport voor de Duitse strijdkrachten, Rijnvaart, vordering van binnenschepen, luchtaanvallen en herstel in 1945 Online bekijken

Disclaimer
Op deze website maak ik gebruik van bronnen en mogelijk teksten, afbeeldingen en ander materiaal van derden, waarvan ik niet de eigenaar ben. Ik respecteer de eigendoms- en auteursrechten van derden en probeer waar mogelijk de oorspronkelijke bron en/of rechthebbende te vermelden. De inhoud van deze website is persoonlijk van aard. Geuite meningen, interpretaties en opinies zijn uitsluitend die van mijzelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de standpunten van mijn huidige of voormalige werkgevers, opdrachtgevers of andere organisaties waarmee ik verbonden ben of ben geweest. De inhoud van deze website wordt regelmatig aangevuld, aangepast en gewijzigd. Hoewel ik probeer de informatie zo zorgvuldig en actueel mogelijk te houden, kan ik niet garanderen dat alle informatie volledig, juist of actueel is. Aan de inhoud van deze website kunnen daarom geen rechten worden ontleend. Denhardsworld.com is een persoonlijk initiatief zonder winstoogmerk.