Hoe gewoon is het om de verjaardag van een kind te vieren?
Toen taart, cadeaus, schooltraktaties en kinderfeestjes nog helemaal niet vanzelfsprekend waren…
17 september 2026 · circa 10 minuten leestijd
Op 21 september wordt Bastiaan 24 jaar. Geboren in 2002, volwassen inmiddels, maar binnen de familie natuurlijk nog altijd een van de twee kids. Hij viert zijn verjaardag natuurlijk met zijn vriendin en vrienden op zaterdag en op zondag gaan we gezellig ter ere van zijn verjaardag uit eten. Vroeger zag zijn verjaardag er heel anders uit. Cadeautjes, trakteren op school en een huis vol vriendjes. Bij een van zijn kinderfeestjes kwam zelfs een clown op bezoek. Nu hoeft er geen clown meer te komen. De slingers zijn misschien wat minder uitbundig en de traktatie hoeft niet meer mee naar school, maar de datum blijft bijzonder.
Dat voelt heel gewoon. Een kind is jarig, dus er zijn cadeaus, visite, iets lekkers en een feestje. Maar hoe lang doen families dat eigenlijk al?
Was een kind vroeger ook ieder jaar jarig?
De verjaardag zoals wij die kennen is geen gebruik dat onveranderd uit een ver verleden tot ons is gekomen. Sommige onderdelen zijn oud. Andere zijn verrassend jong. De kinderverjaardag van nu bestaat uit laagjes die in verschillende eeuwen zijn toegevoegd.De persoonlijke geboortedag moest eerst belangrijk genoeg worden om te onthouden. Daarna moest het kind binnen het gezin een eigen feestdag krijgen. Pas veel later kwamen het cadeau, het kinderfeestje, de schooltraktatie en de ingehuurde clown bij elkaar.Die ontwikkeling verliep niet overal hetzelfde. Bovendien gaan de bronnen vooral over welgestelde of geletterde groepen. Het is daarom beter om te spreken over de geleidelijke vorming van een herkenbaar verjaardagsritueel in bepaalde Europese en Nederlandse milieus dan over één universele ontwikkeling.
Een Romeinse uitnodiging op hout
Dat sommige mensen hun geboortedag al in de Oudheid vierden, weten we onder meer dankzij een klein houten schrijftablet dat bij Vindolanda, vlak bij de Muur van Hadrianus, is gevonden. Tussen ongeveer 97 en 105 na Christus nodigde Claudia Severa haar vriendin Sulpicia Lepidina uit om op 11 september naar haar verjaardagsviering te komen. Die datering is gebaseerd op de archeologische context van het tablet en niet op een expliciete datum in de brief zelf.
In vrije vertaling schreef zij:“Op 11 september, zuster, nodig ik je van harte uit voor de viering van mijn verjaardag.”
De uitnodiging klinkt opvallend vertrouwd. Claudia wilde haar vriendin erbij hebben en schreef dat haar aanwezigheid de dag voor haar extra aangenaam zou maken.Claudia Severa behoorde waarschijnlijk tot een welgestelde Romeinse militaire familie. Haar brief bewijst dat verjaardagen binnen bepaalde Romeinse kringen werden gevierd. Zij bewijst niet dat ieder Romeins kind jaarlijks een feest, taart en cadeaus kreeg. Ook is niet zeker dat de brief volledig door Claudia zelf is geschreven; het grootste deel lijkt door een schrijver te zijn opgesteld, met een persoonlijke toevoeging van Claudia aan het slot. De uitnodiging is bewaard gebleven als Vindolanda-tablet 291.
In de middeleeuwen telde een andere verjaardag
Na de Oudheid veranderde de betekenis van de verjaardag.In het christelijke West-Europa van de middeleeuwen kreeg de geboortedag in veel bronnen minder aandacht dan in moderne samenlevingen. Exacte geboortedata waren niet altijd bekend en leeftijd werd niet overal op dezelfde manier bijgehouden als wij gewend zijn. Het woord anniversarium kon bovendien verwijzen naar een jaarlijkse herdenking van een sterfdag, vaak in een religieuze context. De dood gold binnen het middeleeuwse christendom als een overgang naar het eeuwige leven. Daardoor kon de dag waarop iemand stierf in religieuze en institutionele bronnen belangrijker zijn dan de dag waarop hij was geboren.
Ook heiligendagen, doopdagen en later naamdagen kunnen meer betekenis hebben dan de eigen geboortedag. Dat wil niet zeggen dat middeleeuwse ouders niets om de geboorte of het opgroeien van hun kinderen gaven. Wel is er geen goede grond om te spreken van één algemeen verspreid, jaarlijks verjaardag ritueel waarbij ieder kind op de geboortedag centraal stond. De bronnen die ik gevonden heb, zijn bovendien ongelijk verdeeld en laten vooral religieuze instellingen, elites en geletterde milieus zien. Daarom moet de uitspraak dat de geboortedag in de middeleeuwen “meestal weinig aandacht” kreeg, worden gelezen als een voorzichtige generalisatie. Historicus Jean-Claude Schmitt beschrijft hoe de persoonlijke verjaardag in West-Europa vanaf de late middeleeuwen en vooral in de vroegmoderne tijd zichtbaarder wordt. Het gaat daarbij niet om een scherpe breuk tussen “de middeleeuwen” en “de renaissance”, maar om een geleidelijke en sociaal ongelijke ontwikkeling. Zie de bespreking van zijn onderzoek.
De geboortedag keert terug
In de veertiende, vijftiende en zestiende eeuw legden sommige vorsten, kooplieden en geleerden hun geboortedatum en leeftijd vaker vast. Dat kan samenhangen met astrologie, een groeiende belangstelling voor het individu en het bijhouden van persoonlijke levensgeschiedenissen. Een mooi voorbeeld is Matthäus Schwarz, een koopman uit Augsburg. In 1520, toen hij 23 jaar oud was, begon hij zijn leven vast te leggen aan de hand van de kleding die hij op belangrijke momenten had gedragen. Zijn zogenoemde Kleiderbuch bevat dertien afbeeldingen die met verjaardagen in verband worden gebracht. Dat was nog uitzonderlijk. Zelfs een koningskind kreeg niet automatisch een modern verjaardagsfeest. De jonge Franse koning Lodewijk XIII kreeg op zijn verjaardag in 1610, volgens een vaak aangehaald verslag, een bijzondere behandeling: hij woonde een kerkdienst bij en kreeg vrijstelling van zijn lessen. Het voorbeeld laat zien dat een vorstelijke verjaardag er heel anders uit kon zien dan een modern kinderfeest. Het sluit andere geschenken of feestelijke gebruiken overigens niet uit.Geen vriendjesfeest en geen clown dus, voor zover uit dit beschreven ritueel blijkt. Wel een vrije dag van zijn lessen. Voor een kind kon dat natuurlijk ook als een cadeau voelen.
Taart en kaarsen maakten de leeftijd zichtbaar
De verjaardag kreeg in de achttiende en negentiende eeuw steeds meer herkenbare onderdelen. Het gebruik van verjaardagstaarten met kaarsen wordt vaak verbonden met Duitse, vooral protestantse milieus en met de zogenoemde Kinderfesten. Er zijn achttiende-eeuwse vermeldingen en afbeeldingen, maar de precieze oorsprong van de moderne taart met één kaars per levensjaar is niet volledig vast te leggen. De kaarsen konden de bereikte leeftijd symboliseren. Het is echter niet zeker dat er vanaf het begin overal precies één kaars per levensjaar werd gebruikt. De taart kon vervolgens met familie en gasten worden gedeeld.
Ook dit gebruik verspreidde zich niet overal tegelijk. Aan sommige Europese hoven en in bepaalde burgerlijke milieus waren taart en kaarsen al bekend, terwijl elders bloemen, gelukwensen, liederen en kussen belangrijker bleven. Een bespreking van Schmitts onderzoek laat de ongelijke ontwikkeling van verjaardagsrituelen zien.
De verjaardag zoals wij die kennen werd dus niet op één dag uitgevonden. Het was een langzaam en sociaal ongelijk proces.
Bart wordt negen in 1806
In Nederland vinden we aan het begin van de negentiende eeuw een opvallend herkenbare literaire voorstelling van een kinderverjaardag. Schrijfster Petronella Moens publiceerde in 1806 het gedicht Bart op zijn verjaardag. Bart wordt negen jaar en vertelt hoe blij iedereen in huis is: “Elk is in huis van daag zoo blij, Elk schenkt mij iets en zegent mij.”
Van zijn vader krijgt Bart een microscoop. Er komen ongeveer tien jongens op bezoek. Zijn vader helpt hen met het bekijken van kleine beestjes en plantendelen. Zijn moeder staat de drukte toe en zijn zussen hebben een koek met bloemen versierd. Dat lijkt al sterk op een kinderfeestje: een cadeau, vriendjes, iets lekkers en familieleden die gezamenlijk voor een bijzondere dag zorgen. Toch is ook hier voorzichtigheid nodig. Het gedicht van Petronella Moens is jeugdliteratuur. Het beschrijft een normatief of ideaalbeeld voor kinderen uit een geletterd en waarschijnlijk welgesteld milieu. Het bewijst niet dat ieder Nederlands kind in 1806 zo’n verjaardag kreeg.
De microscoop wordt in het verhaal verbonden met kennis en onderzoek. Dat past bij een opvoedingsideaal waarin plezier en leren kunnen samengaan. Zelfs feestvieren kon een les worden.
Niet ieder Nederlands kind vierde hetzelfde feest
De Nederlandse kinderverjaardag kende waarschijnlijk grote regionale en sociale verschillen. De omvang en precieze datering van die verschillen zijn echter niet voor alle gebruiken even goed gedocumenteerd. Volgens cultuuronderzoeker Irene Stengs was het geven van een verjaardagscadeau aanvankelijk vooral een gebruik onder de stedelijke burgerij in Holland. Die formulering beschrijft een ontwikkeling binnen bepaalde milieus en vormt geen vaststaand beginpunt voor heel Nederland. Op het platteland en in andere regio’s bestonden andere tradities.
In Friesland en Groningen konden kinderen worden ‘bestrikt’: met een lint werd een koek aan de arm van de jarige gebonden. In delen van Gelderland en Utrecht kreeg een kind volgens beschrijvingen evenveel krakelingen om de hals als het jaren oud was. Zulke gebruiken waren plaatselijk en konden in de loop van de tijd veranderen.
In Zeeland werden volgens sommige beschrijvingen vooral zogenoemde kroonjaren gevierd. De tiende verjaardag kon daar de eerste verjaardag zijn die uitgebreid werd gevierd. Dat was geen algemene regel voor heel Zeeland. In katholieke milieus in het zuiden bleef de naamdag in sommige gezinnen lange tijd belangrijk. De feestdag van de heilige naar wie een kind was genoemd, kon daar als zijn of haar ‘eigen dag’ gelden. Ook daar verschillen de gebruiken naar streek, periode en sociale groep. Er bestond dus niet één oude Nederlandse verjaardags vorm. De plaats waar een kind woonde, het geloof van het gezin, de sociale positie en de financiële mogelijkheden beïnvloedden hoe — en óf — er werd gevierd.
Het cadeau vertelde iets over het gezin
In de negentiende en vroege twintigste eeuw werd de kinderverjaardag in sommige Nederlandse milieus zichtbaarder en algemener, maar maatschappelijke verschillen bleven duidelijk aanwezig. Kinderen uit welgestelde gezinnen konden speelgoed, boeken, sieraden of een poëziealbum krijgen. Zij konden vriendjes mee naar huis nemen voor spelletjes en iets lekkers. In gezinnen met minder geld waren cadeaus vaker praktisch, zoals schoenen, kleding of een jas. Voor sommige arbeiderskinderen bleef het bij een koek, een appel of een ander klein geschenk. Een feestje voor een groep kinderen kostte in ieder geval tijd, ruimte en geld.
In het kinderboek Willem’s verjaarsgeschenk van Chr. van Abkoude, dat volgens de geraadpleegde DBNL-verwijzing uit het begin van de twintigste eeuw dateert, kijkt de twaalfjarige Wim verlangend uit naar zijn verjaardag: “Voor dien verjaardag was hem door vader een prachtig cadeau beloofd.”
Dat cadeau is een groot konijnenhok. Zijn vrienden herinneren zich bovendien hoe prettig het feest van het jaar daarvoor was geweest. Ook dit is een literair verhaal en geen doorsnee van alle Nederlandse gezinnen. Maar de scène uit het kinderboek laat wel zien dat de combinatie van verjaardag, cadeau en vriendjesfeest voor jonge lezers aan het begin van de twintigste eeuw voorstelbaar en herkenbaar was.
Toen ging de verjaardag mee naar school
De combinatie die wij nu als een gewone kinderverjaardag zien — een cadeau, een partijtje en trakteren op school — werd in Nederland waarschijnlijk vooral in de eerste helft van de twintigste eeuw breder verspreid. Het is te stellig om te zeggen dat deze combinatie toen pas ontstond; afzonderlijke onderdelen bestonden al eerder. Het onderwijs speelde daarbij mogelijk een belangrijke rol. Onderwijzers en onderwijzeressen konden verjaardagen tot een vast onderdeel van het schoolleven maken. Het toezingen van de jarige verspreidde zich via de klas, maar de precieze datering en verspreidingsroute van de verschillende liederen verschilden. Liederen als Lang zal hij leven en Er is er één jarig worden, vaak als oude verjaardag liederen aangeduid. Voor Lang zal hij leven zijn oudere Nederlandse vermeldingen aannemelijk; de vroegste datering van Er is er één jarig ligt minder eenvoudig vast.
Het trakteren op school kwam volgens Stengs vooral in de jaren twintig en dertig op. Die datering heeft vooral betrekking op de bredere verspreiding van het gebruik, niet noodzakelijk op het allereerste voorkomen. Daarmee gebeurde iets bijzonders. Thuis kreeg de jarige iets van anderen. Op school deelde de jarige juist iets uit. Het kind liet met een traktatie zien: vandaag is het mijn dag, maar jullie mogen meevieren. Ook dat had een keerzijde. De traktatie kon zichtbaar maken wat een gezin kon betalen. Een eenvoudige koek en een uitgebreide traktatie kwamen naast elkaar in dezelfde klas terecht. Als algemene mogelijkheid is dat aannemelijk, al verschilde de praktijk per school en gezin.
Na de oorlog werd het feest steeds gewoner
Na de Tweede Wereldoorlog nam in Nederland de welvaart op langere termijn toe. De verjaardag werd in meer regio’s en sociale groepen een herkenbaar gezinsritueel. In sommige katholieke en regionale milieus verdrong de verjaardag geleidelijk de naamdag; in andere gezinnen bleven beide gebruiken naast elkaar bestaan. Ouders die zelf op school hadden getrakteerd en kinderfeestjes hadden meegemaakt, konden het gebruik voortzetten bij hun eigen kinderen. De verjaardag werd steeds nadrukkelijker een dag waarop één kind in het middelpunt mocht staan. Stengs beschrijft die ouderlijke inzet als het zo veel mogelijk centraal stellen van de jarige. Slingers, taart, cadeaus en verrassingen werden in steeds meer gezinnen herkenbare onderdelen. Tegelijk groeide in de tweede helft van de twintigste eeuw een commerciële feestjes industrie. Zwembaden, kinderboerderijen, speeltuinen en later bioscopen en fastfoodrestaurants boden verjaardagsarrangementen aan. De precieze datering verschilde per sector en plaats. Ook themakisten, goochelaars en clowns konden worden ingezet om een kinderfeest buitenshuis of thuis tot een georganiseerde belevenis te maken.
Hoe zou Bart uit 1806 naar onze verjaardagen kijken?
Bart, de negenjarige jongen uit het gedicht van Petronella Moens, zou een deel van Bastiaans kinderfeest waarschijnlijk meteen hebben begrepen. De vriendjes kende hij. Het cadeau ook. Zijn versierde koek leek al een beetje op onze verjaardagstaart. En ook bij hem hielp de familie mee om van de dag iets bijzonders te maken. Van het trakteren in een volle schoolklas zou hij waarschijnlijk meer opkijken. Van een ingehuurde clown misschien nog meer. Dat blijft natuurlijk een verbeeldende vergelijking. Het gedicht geeft geen directe toegang tot Barts gedachten en laat evenmin zien hoe een kind uit 1806 op moderne verjaardag rituelen zou reageren. Andersom zouden wij zijn microscoop feest wellicht wat serieus vinden. Vader gebruikte het bezoek immers meteen om de jongens iets te leren. Maar misschien verschilt dat minder van sommige moderne thematische kinderfeestjes dan we denken. Ook wij proberen kinderen bezig te houden, te verrassen en samen iets te laten beleven.
Ben ik te kort door de bocht als ik stel dat eigenlijk alleen de invulling veranderde. De kern is min of meer nog dezelfde als in veel vroegere verjaardag rituelen. Familieleden maken tijd vrij, komen bij elkaar en markeren gezamenlijk dat er weer een levensjaar voorbij is. Achter veel verjaardags vormen zit een eenvoudig gebaar: één dag per jaar laten we iemand merken dat hij bij ons hoort. Cadeaus, taart, liedjes en kinderfeestjes zijn niet allemaal even oud. Deze bekende Nederlandse combinatie werd vooral in de twintigste eeuw breder verspreid, maar de afzonderlijke onderdelen hebben verschillende geschiedenissen.
Ook wanneer een kind volwassen is geworden, is het in veel Nederlandse families heel gewoon om dit met elkaar te vieren.
Bronnen en verder lezen
Bij dit onderwerp verschillen gebruiken sterk naar periode, regio, geloof, sociale positie en bronmilieu. Literaire voorbeelden laten zien welk beeld schrijvers aan hun lezers voorhielden, maar bewijzen niet dat ieder gezin zijn verjaardag op dezelfde manier vierde.
Roman Inscriptions of Britain – Vindolanda-tablet 291. Primaire bron: de Romeinse verjaardagsuitnodiging van Claudia Severa. De datering rond 97–105 na Christus is gebaseerd op de archeologische context.
Jean-Claude Schmitt – L’Invention de l’anniversaire. Historisch onderzoek naar de ontwikkeling van de persoonlijke verjaardag.
Vincent Gourdon – La fête de soi. Bespreking van Schmitts onderzoek, met voorbeelden uit de middeleeuwen en vroegmoderne tijd.
Petronella Moens – Bart op zijn verjaardag (1806). Literaire bron met een vroeg voorbeeld van een kinderfeest thuis.
Irene Stengs – Kinderverjaardagen in Nederland. Onderzoek naar regionale gebruiken, cadeaus, school traktaties, kinderfeestjes en gezinsrituelen.
Chr. van Abkoude – Willem’s verjaarsgeschenk. Literair voorbeeld van cadeaus en een verjaardagsfeest met vriendjes aan het begin van de twintigste eeuw.
Disclaimer
Denhardsworld.com is mijn persoonlijke website, zonder winstoogmerk. De inhoud — teksten, foto's en verhalen — is van persoonlijke aard en geeft uitsluitend mijn eigen mening weer, niet die van werkgevers, opdrachtgevers of andere organisaties waarmee ik verbonden ben (geweest). Waar ik bronnen, beelden of materiaal van derden gebruik, probeer ik dit correct te vermelden. Kom je iets tegen dat niet klopt of waarvan je rechthebbende bent, laat het me weten — ik pas het graag aan.
De site wordt regelmatig bijgewerkt en kan onvolledigheden bevatten. Er kunnen geen rechten aan de inhoud worden ontleend.
