Een schone was was vroeger hard werken

Van de week besloot ik om ook mijn steentje bij te dragen in het huishouden door het wassen van vuile kleding. Eigenlijk heel simpel: kleur bij kleur. Deurtje open van de machine, vuile was erin. Een of ander vloeibaar wasmiddel erbij. Voor elke soort was heeft de familie natuurlijk het juiste wasmiddel. Programma erbij zoeken, aanzetten en ruim een uur later is het weer lekker schoon. Vervolgens deurtje weer openen. Selectie maken wat wel of niet in de droger kan. Droger aan op het juiste programma en de overige spulletjes op het wasrek.

Ik snap nu waar het spreekwoord ‘een kind kan de was doen’ vandaan komt. Een kleine opmerking: het kind moet wel kunnen lezen en kleuren onderscheiden. Maar voor de rest niet zo moeilijk (laat de andere familieleden het maar niet lezen, anders wordt mijn takenpakket als HHHG (Hulp Hoofd Huishoudelijk Gezag) terstond uitgebreid). Maar hoe ging dit nou vroeger?

Een wasdag in 1825

Wie deed er rond 1825 de was? Dat hing voor een belangrijk deel af van je portemonnee. Zonder betaalde hulp moesten gezinsleden zelf aan de slag, doorgaans de vrouwen. Wie voldoende geld had, kon het zware werk aan personeel overlaten of de was buitenshuis laten doen. Een schone stapel linnengoed betekende dus niet voor iedereen dezelfde inspanning.

Ik vond op het internet een Engelse huishoudgids The Complete Servant uit 1825 die de taken van een eigen wasmeid beschrijft. Zij verzorgde het linnengoed van haar werkgevers en kreeg daarbij gewoonlijk hulp van andere dienstmeiden. Op maandagochtend ontving ze de vuile was; vrijdagavond of zaterdagochtend moest alles schoon terug zijn. Het boek geeft daarmee een inkijkje in een welgesteld Engels huishouden, waar wassen een afzonderlijke taak voor het personeel kon zijn.

In kleinere huishoudens met maar één dienstmeid waren de werkzaamheden minder netjes verdeeld. Dezelfde vrouw moest schoonmaken, bedden opmaken, helpen bij het eten en wassen. Een kleiner huis betekende voor haar dus niet vanzelf een rustigere werkdag.

Ik vond ook nog een Engelse huishoudgids uit 1825. De wasvoorschriften in de huishoudgids van Samuel en Sarah Adams. Deze laten zien hoeveel werk de was in een groot huishouden kon zijn. De auteurs noemen de vaste wasdag “perhaps the only one that can be called a hard day’s work” — misschien wel de enige dag die je een zware werkdag kon noemen. De wasvrouw kreeg het vuile linnengoed op maandagochtend en bracht het schoon terug op vrijdagavond of zaterdagochtend

Waren er in de 19e eeuw wasserijen in Nederland?

Ook in Nederland kon je de was laten doen. In Kennemerland, de streek rond Haarlem, waren blekerijen gevestigd die vanouds garens en stoffen bleekten. Volgens het Nederlands Openluchtmuseum verschoof daar vanaf het einde van de achttiende eeuw het werk: het bleken liep terug en het wassen van kleding kwam ervoor in de plaats. Rond 1825 bestonden er dus al bedrijven die de was voor anderen verzorgden. Het zuivere duinwater maakte de streek geschikt voor dit werk. De wasserij uit Overveen die tegenwoordig in het Openluchtmuseum staat, begon bijvoorbeeld als garenblekerij. Achter zo’n stapel schoon wasgoed ging daarmee een heel bedrijf schuil, met mensen die hun brood verdienden aan het wassen van andermans kleding en linnengoed.

Voor een gezin dat geen personeel of wasserij kon betalen, bleef het werk bij de gezinsleden liggen. De was moest gebeuren naast het koken, schoonmaken en zorgen voor kinderen. En bij iedere stap waren handen nodig. De wasvoorschriften in de huishoudgids van Samuel en Sarah Adams laten zien hoeveel werk en kennis daarbij kwamen kijken. Katoen en wol kregen verschillende behandelingen. Een dikke katoenen bedsprei moest bijvoorbeeld in een kuip worden bewerkt, waarna opnieuw wassen en spoelen volgden. Even alles bij elkaar in dezelfde trommel stoppen was er niet bij.

De gids beschrijft hoe de wasvrouw het linnengoed van de werkgevers waste, meestal met hulp van de andere dienstmeiden. In kleinere huishoudens kwam het werk dus op andere schouders terecht. De gids laat ook zien dat wassen meer was dan de kleding in een sopje leggen: er stonden recepten in voor het behandelen van linnen, katoen en vlekken. Zo adviseerde het boek om linnengoed te koken in een loogmengsel en het daarna buiten te drogen. Het verschil tussen rijk en arm zat daarmee ook in de vraag wie de inspanning leverde. Voor de eigenaar van een goedgevulde linnenkast kon schoon wasgoed iets zijn wat het personeel verzorgde. Voor degene die boven de kuip stond, betekende diezelfde stapel uren werk.

Maandag wasdag?

Geen idee waar het vandaan komt, maar rond het begin van de vorige eeuw was maandag in veel huishoudens de vaste wasdag. Ik vond een aardig artikel van Mathilde Min "Maandag wasdag Het werk begon vaak al op zondagavond: de vuilste kleren werden in water gelegd om los te weken. De volgende dag volgde het echte werk: wassen, koken, spoelen, schrobben en uitwringen. Water moest worden gehaald en verwarmd. Hardnekkige vlekken werden met de hand op een wasbord aangepakt. Een wringer hielp om water uit de stof te persen, maar vroeg ook om voorzichtigheid: je vingers konden ertussen komen. Na het wassen was het werk nog niet klaar. De was moest drogen. Buiten aan de lijn deden zon en wind een deel van het werk. Voor linnengoed bestond er ook een manier om het witter te maken: het werd op grasvelden uitgespreid en steeds natgemaakt. Zonlicht en lucht hielpen bij het bleken.

Van wasbord naar wasmachine

Een apparaat dat de was voor je doet. Na eeuwen van sjouwen, schrobben en wringen moet dat een aantrekkelijk vooruitzicht zijn geweest. Toch verdween de zware wasdag niet zodra de eerste wasmachine verscheen. Daar gingen verschillende stappen overheen. Eerst moest je zelf nog draaien. De eerste wasmachines leken nauwelijks op het apparaat dat tegenwoordig in de bijkeuken staat. In de collectie van het Science Museum Group bevindt zich bijvoorbeeld een houten wasmachine uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Met een handwiel bracht je de trommel in beweging. Het apparaat hielp bij het wassen, maar de spierkracht moest je zelf leveren.

Ook Miele, voor velen het summum onder de wasmachines vandaag de dag, begon met houten machines. Volgens de bedrijfsgeschiedenis van de fabrikant verscheen de eerste Miele-wasmachine in 1901. Die werd aanvankelijk met een hendel bediend. Het was een stap vooruit, al moest iemand nog steeds het apparaat bedienen, voor water zorgen en het wasgoed verder behandelen. Elektrisch wassen bleef werken. Een elektromotor nam vervolgens het bewegen van het wasgoed over. Hoe die ontwikkeling eruitzag, is te zien in de collectie historische wasmachines van het Science Museum Group. Daar staan elektrische machines uit de jaren twintig tussen, compleet met aangebouwde wringer. Zo’n wringer laat goed zien dat elektrisch wassen nog geen volledig automatische wasbeurt betekende. Een machine kon een deel van het werk overnemen, terwijl spoelen en het uitpersen van water afzonderlijke handelingen bleven.

Ook in Nederlandse huishoudens verliep de overgang geleidelijk. Brabant in Beelden beschrijft hoe gezinnen met losse apparaten werkten, zoals een elektrische wringer, een centrifuge en een wastrommel. De website vat het treffend samen: “je moest heel wat in huis halen voor een schone was.” Het gemak kwam dus in onderdelen. En tussen die onderdelen stond nog altijd iemand die het werk moest begeleiden.

Een wasmachine voor een dagdeel op bezoek

Een eigen wasmachine was een flinke aanschaf. Daarom kon je ook toen al een wasmachine huren. Een soort Coolblue huurabonnement "avant la lettre". Toen al! Maar men ging in die tijd zelfs nog een stapje verder. Je kon de wasmachine voor een dagdeel op bezoek krijgen. In Historisch Nieuwsblad beschrijft Annegreet van Bergen hoe verhuurbedrijven wasmachines bij huishoudens afleverden en later weer ophaalden. Soms deelden buurvrouwen de huur. Het apparaat kwam dus voor een dagdeel op bezoek, zodat de was in die tijd gedaan kon worden. Een wasmachine hoefde daarmee nog geen vast onderdeel van je huis te zijn om er toch gebruik van te maken. Daarnaast boden wasserettes een plek waar je zelf machinaal kon wassen.

Vanaf halverwege de jaren zestig werden volgens Brabant in Beelden de semiautomatische en automatische wasmachines snel gebruikelijker in Nederlandse huishoudens. Vooral de wasautomaat veranderde de klus: wassen, spoelen en centrifugeren konden voortaan binnen één programma gebeuren. Daarmee veranderde ook wat je tijdens de was kon doen. Je hoefde niet voortdurend klaar te staan voor de volgende handeling. Terwijl de trommel draaide, kon je iets anders oppakken of even gaan zitten. Annegreet van Bergen noemt de wasautomaat daarom: “de moeder aller huishoudelijke apparaten.”

Misschien is het tijd om (nog meer) waardering te hebben voor een apparaat waarvan het werk gemakkelijk onopgemerkt blijft. We zien de stapel was die nog moet worden opgevouwen. Het sjouwen met water, het schrobben en het wringen zijn uit onze dagelijkse ervaring verdwenen. Misschien zit juist daarin de grootste verandering. De was is er nog steeds, maar een hele dag ervoor vrijmaken hoeft meestal niet meer.

Van de week drukte ik heel gewoon op de startknop van onze Miele en kon ik na een uurtje de heerlijk ruikende en schone was eruit halen.

Bronnen en verder lezen

Voor dit artikel heb ik een historische huishoudgids, informatie van musea en erfgoedinstellingen en een journalistieke publicatie gebruikt. Wasmethoden en gewoonten verschilden per periode, streek en inkomen. Het voorbeeld uit 1825 beschrijft een Engels huishouden met personeel. Beschrijvingen waarin je als lezer zelf bij de waskuip staat, zijn een reconstructie op basis van de historische context.

  • Project Gutenberg – Samuel en Sarah Adams, The Complete Servant (1825)

    Engelse huishoudgids met informatie over de taken van dienstmeiden en waspersoneel. De onderdelen The Laundry Maid en The Servant of All Work laten zien hoe huishoudens het waswerk verdeelden. Het boek bevat ook voorschriften voor het wassen van verschillende stoffen en het verwijderen van vlekken.

  • Nederlands Openluchtmuseum – Wasserij uit Overveen

    Achtergrond bij een wasserij die begon als garenblekerij. Beschrijft de betekenis van het zuivere duinwater in Kennemerland en de verschuiving van bleken naar kledingwassen vanaf het einde van de achttiende eeuw. Uitleg over het wassen rond 1900: van kuipen met door paarden aangedreven stampers tot het behandelen van vlekken op wasborden. Beschrijft ook hoe linnengoed op grasvelden werd gebleekt met behulp van zonlicht, lucht en herhaaldelijk bevochtigen.

  • Brabant in Beelden – Mathilde Min, Maandag wasdag

    Historisch overzicht met films en foto’s van de wasdag in Nederland. Behandelt het handwerk, de risico’s van heet water en wringers en de geleidelijke opkomst van elektrische hulpmiddelen en automatische wasmachines.

  • Science Museum Group – Handbediende wasmachine, 1850–1900

    Museale beschrijving van een houten wasmachine waarvan de trommel met een handwiel werd aangedreven. Een voorbeeld van hoe machines het wassen ondersteunden voordat een elektromotor de beweging overnam. Collectieoverzicht met handbediende en elektrische wasmachines, waaronder modellen uit de jaren twintig met een aangebouwde wringer. Maakt zichtbaar hoe het wassen stap voor stap werd gemechaniseerd.

  • Miele – 125 years of quality and innovation

    Bedrijfshistorische publicatie over de ontwikkeling van Miele. Vermeldt de eerste wasmachine van het merk uit 1901, die aanvankelijk met een hendel werd bediend. Deze bron beschrijft de geschiedenis van de fabrikant, niet de uitvinding van de wasmachine als geheel.

  • Historisch Nieuwsblad – Annegreet van Bergen over de wasmachine

    Journalistiek artikel over de invloed van de wasmachine op het dagelijks leven. Beschrijft onder meer het huren van wasmachines, de aanschafkosten en het werk dat vroege elektrische modellen nog vergden. Hieruit komt het citaat waarin Van Bergen de wasautomaat ‘de moeder aller huishoudelijke apparaten’ noemt.


Disclaimer
Denhardsworld.com is mijn persoonlijke website, zonder winstoogmerk. De inhoud — teksten, foto's en verhalen — is van persoonlijke aard en geeft uitsluitend mijn eigen mening weer, niet die van werkgevers, opdrachtgevers of andere organisaties waarmee ik verbonden ben (geweest). Waar ik bronnen, beelden of materiaal van derden gebruik, probeer ik dit correct te vermelden. Kom je iets tegen dat niet klopt of waarvan je rechthebbende bent, laat het me weten — ik pas het graag aan.

De site wordt regelmatig bijgewerkt en kan onvolledigheden bevatten. Er kunnen geen rechten aan de inhoud worden ontleend.