Blog 1
Toen een hittegolf nog gewoon een warme dag was
Toen een hittegolf nog gewoon "tis een warme dag vandaag" was.....
Er zijn van die onderwerpen waarover Nederlanders eigenlijk altijd wel iets te zeggen hebben. Het weer is daar misschien wel het mooiste voorbeeld van. Het is te warm. Het is te koud. Het regent te veel. Het is te droog. De wind staat verkeerd. Of er staat juist helemaal geen wind. En zo was het ook de afgelopen dagen in Nederland.
Terwijl ik dit schrijf, medio augustus 2026, is Nederland al geruime tijd in de ban van hoge temperaturen. Het weer is een dagelijks onderwerp in het nieuws. We horen over hitteplannen, waarschuwingen, lage waterstanden en de gevolgen van droogte. Bruggen en viaducten kunnen bij grote warmte problemen ondervinden, boeren moeten rekening houden met beperkingen bij het beregenen en in sommige gebieden wordt gewaarschuwd voor natuurbranden. We weten bovendien precies hoe warm het is. We bekijken onze telefoon, openen een weerapp en zien dat het vanmiddag bijvoorbeeld 31 graden wordt, dat het morgen misschien 33 graden is en dat er overmorgen een onweersbui aankomt.
Hoe warm wordt het vandaag?
Stel je voor. Het is een ochtend ergens rond het jaar 1825. Je wordt wakker omdat het daglicht door de ramen naar binnen valt. Geen wekker, geen radio en uiteraard geen smartphone waarop je eerst even kijkt wat Buienradar voorspelt. Wat voor weer het die dag zou worden, wist je eenvoudigweg niet op de manier waarop wij dat tegenwoordig weten.
Dat betekent overigens niet dat men helemaal niets van het weer begreep. Er waren thermometers en barometers en op verschillende plaatsen werden al systematisch weerwaarnemingen gedaan. Het KNMI beschikt vandaag de dag, zelfs over historische Amsterdamse waarnemingen die teruggaan tot 1784. Vanaf 1824 werd daar ook de luchtdruk geregistreerd. Maar een moderne weersverwachting, gebaseerd op duizenden meetpunten, satellieten, radar en computermodellen, bestond natuurlijk niet.
De mens keek dus vooral naar de lucht. Is de ochtend helder? Staat er veel wind? Zijn er wolken aan de horizon? Voelt de lucht zwaar en drukkend? Misschien komt er regen. Misschien ook niet. Het weer was niet iets wat je op je telefoon opzocht. Het was iets wat je zelf probeerde te lezen. De thermometer vertelde al iets, het interessante is dat we ook daadwerkelijk historische temperatuurwaarnemingen hebben. Het KNMI heeft oude Nederlandse meetreeksen ontsloten. In Amsterdam werden al vanaf de achttiende eeuw meteorologische waarnemingen gedaan. De reeks van het Amsterdamse Stadswaterkantoor loopt zelfs van 1784 tot 1963. Daarmee wordt duidelijk dat de mensen in de eerste helft van de negentiende eeuw niet volledig in het duister tastten. Ze konden meten. Alleen konden ze nog niet voorspellen zoals wij dat doen. Een thermometer kon vertellen hoe warm het was. Een barometer kon informatie geven over de luchtdruk. Een ervaren boer kon naar de lucht kijken en misschien beter dan menige moderne stadsbewoner inschatten dat er regen aankwam.
Maar niemand kon 's morgens op een scherm zien dat het die middag 32 graden zou worden.
Een warme dag was vooral een praktische kwestie
Voor een groot deel van de bevolking was een warme zomerdag bovendien helemaal geen aanleiding om het nieuws te volgen. Er was geen nieuwsuitzending die vertelde dat het vandaag uitzonderlijk warm zou worden. Geen nationaal hitteplan. Geen officiële waarschuwing op de telefoon. Er was vooral: werken.
Voor boeren betekende een warme en droge periode dat het land en de gewassen extra aandacht vroegen. Voor arbeiders betekende het dat zwaar lichamelijk werk nog zwaarder werd. Wie buiten werkte, had weinig andere mogelijkheden dan het tempo aan te passen, vroeg te beginnen of tijdens het heetste deel van de dag wat rust te nemen. Wie in een werkplaats of fabriek werkte, had evenmin de beschikking over ventilatoren of airconditioning.
En thuis was het niet veel anders. Voor de meeste gezinnen kwam er geen stromend water uit de kraan zoals we dat vandaag de dag kennen. En er was geen elektriciteit. Dus geen koelkast, ventilator laat staan zoiets als airconditioning. Voedsel dat koel moest blijven, werd als men er over beschikte in een kelder bewaard. In sommige situaties werd gebruikgemaakt van een zogenaamde koelberg of andere manieren om etenswaren zo koel mogelijk te houden. Verder werd er natuurlijk gepekeld en geweckt. En ook goed om te vermelden afvalwater en menselijke uitwerpselen werden nog niet via het moderne rioleringssysteem afgevoerd.
Ook in 1825 onderwerp van gesprek en beschreven in dagboeken
En hier wordt het interessant. Want hoewel onze manier van leven enorm veranderd is, blijkt uit historische bronnen dat mensen ook tweehonderd jaar geleden uitstekend in staat waren om over het weer te klagen. Een bijzonder mooi voorbeeld vinden we in een kroniek uit Heeze. Daar wordt over het jaar 1825 geschreven dat het in juni en juli “zeer sterk gedroogd” had en dat de hitte op 17, 18, 19 en 20 juli bijzonder sterk was. Over 19 juli wordt zelfs geschreven dat de warmte “ondragelijk” was. De schrijver vermeldt bovendien dat de zomer bijzonder droog was en dat er maar weinig regen viel.
Dat klinkt ineens verrassend modern. Droogte. Hitte. Een zomer waarin het nauwelijks regent. Het zijn geen onderwerpen die pas in onze tijd zijn uitgevonden. Het verschil zit vooral in de manier waarop mensen ermee moesten omgaan.
Ik heb enkele interessante bronnen gevonden uit die tijd die best aardig beschrijven hoe het weer werd ervaren. Wie wil begrijpen hoe het dagelijkse leven er in het Nederland van het begin van de negentiende eeuw uitzag, kan moeilijk om Jacob van Lennep heen. Mocht je hem niet kennen hieronder staat een link om meer over hem te weten te komen. Van Lennep werd in 1802 geboren en maakte in 1823, samen met zijn vriend Dirk van Hogendorp, een lange reis door Nederland. Ze trokken te voet, per trekschuit en per diligence door verschillende provincies. Van die reis hield Van Lennep een dagboek bij. En wie het dagboek leest, merkt al snel dat het weer voortdurend onderdeel is van zijn ervaringen. Op een ochtend in augustus 1823 schrijft hij bijvoorbeeld dat de lucht helder is en dat de morgenstond heerlijk is. Even later verandert de situatie plotseling wanneer een dikke nevel vanuit het westen opkomt en door een sterke wind over de vlakte wordt gejaagd.
Het weer is bij Van Lennep geen achtergronddecor. Het bepaalt mede hoe een reis wordt ervaren. Dat is eigenlijk niet zo vreemd. Wie in 1823 tientallen kilometers te voet moest afleggen, had immers een veel directere relatie met het weer dan iemand die vandaag in een auto met airconditioning naar zijn werk rijdt. Een regenbui betekende nat worden. Een hete dag betekende zweten. Een harde wind betekende tegenwind. En een onverwachte weersverandering kon een reis behoorlijk beïnvloeden.
En bracht men rond 1825 dan zo'n warme dag door?
Een gemiddelde arbeider werd vroeg wakker door het licht dat naar binnen kwam of de eerste geluiden van je (pluim)vee (de bekende haan). Je keek naar buiten. Je voelde de warmte. En vervolgens deed je wat er die dag gedaan moest worden. Misschien begon je wat vroeger. Kleedde je je luchtig en misschien zocht je tijdens het heetste uur de schaduw op. En misschien zei je tegen je buurman, terwijl je de hoed wat verder over je hoofd trok: “Het is vandaag wel erg warm.” Voor mensen die in de stad woonden, waren de mogelijkheden weer anders. Wie het zich kon veroorloven, kon op een warme dag bijvoorbeeld naar buiten gaan, naar een tuin, een park of een buitenplaats.Daar kon men in de schaduw zitten, wandelen, praten of eenvoudigweg de tijd doorbrengen.
Ook de manier waarop kinderen hun vrije tijd doorbrachten, was totaal anders. Vandaag gaan kinderen vaak op een warme dag naar het zwembad, naar een zwemvereniging, een sportclub of een recreatieplas. Er zijn speeltuinen, voetbalvelden, georganiseerde activiteiten en allerlei mogelijkheden om de vrije tijd door te brengen. Rond 1825 was dat voor het grootste deel van de bevolking ondenkbaar. Vaak zeker in arbeiders gezinnen, moesten de kinderen meewerken op het land of thuis. In de paar uurtjes die dan overbleven speelden ze vooral buiten, in de straat, op het erf of op het land. Ze maakten zelf hun spel. Een warme zomerdag betekende dus waarschijnlijk vooral dat er ergens in de schaduw gespeeld werd, terwijl volwassenen ondertussen hun werkzaamheden probeerden voort te zetten.
Wij zijn gewend geraakt aan een enorme hoeveelheid mogelijkheden om onze vrije tijd te vullen. Rond 1825 was 'niets doen' niet noodzakelijkerwijs een probleem dat opgelost moest worden. Er was minder dan nu een scheiding tussen werk, het gezin en de sociale omgeving. Men wandelde. Men praatte. Men las. Men bezocht elkaar. En men zat in de schaduw als het warm was. De dames gebruikten parasols om zich tegen de zon te beschermen. Een parasol was dus niet alleen een modeaccessoire. Het was ook een heel praktische manier om de zon van het gezicht en lichaam te houden.
Hoe zou iemand uit 1825 vandaag naar ons kijken?
Stel dat we iemand uit 1825 voor één dag naar Nederland in augustus 2026 konden halen. Wat zou hem of haar het meest verbazen? Waarschijnlijk niet alleen de temperatuur. Het zou vooral de enorme hoeveelheid informatie zijn die wij tegenwoordig over het weer hebben. We weten wanneer de hitte begint. We weten wanneer zij haar hoogtepunt bereikt. We krijgen waarschuwingen op onze telefoon. We kunnen de temperatuur per uur bekijken. We kunnen satellietbeelden zien van wolkenvelden die honderden kilometers verderop liggen. En toch praten we nog steeds over hetzelfde onderwerp als onze voorouders. Is het niet te warm? Komt er nog regen? Hoe lang houdt dit aan? Wanneer wordt het weer normaal? Daarin zijn we misschien minder veranderd dan we denken.
De schrijver uit Heeze die in 1825 de hitte als “ondragelijk” omschreef, had geen idee dat bijna tweehonderd jaar later een soortgelijke formulering opnieuw in het dagelijks taalgebruik zou opduiken. Alleen beschikken wij inmiddels over een heel arsenaal aan hulpmiddelen om met warmte om te gaan. We hebben airconditioning, ventilatoren, koelkasten, diepvriezers, stromend water, zwembaden, moderne gezondheidszorg en uitgebreide meteorologische diensten.
Maar tegelijkertijd zijn we misschien ook wel gevoeliger geworden voor het idee dat het weer maakbaar of voorspelbaar moet zijn. Een weersverwachting die een paar graden verkeerd zit, kan al aanleiding zijn tot discussie. Toch regen? "Nou ze zaten er weer behoorlijk naast". Voor iemand in 1825 was het waarschijnlijk veel eenvoudiger.
Met "Het is warm vandaag" was de weersverwachting voor die dag eigenlijk wel compleet en ging men over tot hetgeen er moest gebeuren. Morgen weer een nieuwe dag, benieuwd wat het dan voor weer is.
Bronnen en verder lezen
Voor dit artikel heb ik onder meer historische bronnen gebruikt die een mooi beeld geven van het weer en het dagelijks leven in Nederland aan het begin van de negentiende eeuw.
Jacob van Lennep, Nederland in den goeden ouden tijd
Het reisdagboek van Van Lennep en Dirk van Hogendorp beschrijft hun reis door Nederland in 1823 en bevat veel observaties over landschap, reizen, mensen en het weer. De tekst is digitaal beschikbaar via de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL). Lees het gedigitaliseerde dagboek van Van Lennep via DBNLKroniek van Heeze, 1825
Een lokale kroniek uit Heeze bevat een opvallend verslag van de droge zomer van 1825 en beschrijft de hitte van 17–20 juli, waarbij 19 juli als bijzonder ondragelijk wordt aangeduid. (DBNL)KNMI – historische weerwaarnemingen
Het KNMI heeft historische Nederlandse meetreeksen beschikbaar gemaakt. Bijzonder interessant zijn de Amsterdamse waarnemingen vanaf 1784; vanaf 1824 werd daar naast temperatuur en wind ook de luchtdruk geregistreerd. Historische weerwaarnemingen van het KNMIJacob van Lennep – achtergrond
Van Lennep werd in 1802 in Amsterdam geboren en overleed in 1868. Zijn reis door Nederland in 1823 behoort tot de waardevolle egodocumenten voor wie het dagelijkse leven in Nederland aan het begin van de negentiende eeuw wil leren kennen. Jacob van Lennep bij DBNL
De citaten uit historische bronnen zijn in deze blog bewust beperkt gehouden; waar nodig is de spelling gemoderniseerd voor de leesbaarheid. De oorspronkelijke bronnen blijven leidend voor de historische formuleringen..
Disclaimer
Op deze website maak ik gebruik van bronnen en mogelijk teksten, afbeeldingen en ander materiaal van derden, waarvan ik niet de eigenaar ben. Ik respecteer de eigendoms- en auteursrechten van derden en probeer waar mogelijk de oorspronkelijke bron en/of rechthebbende te vermelden. De inhoud van deze website is persoonlijk van aard. Geuite meningen, interpretaties en opinies zijn uitsluitend die van mijzelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de standpunten van mijn huidige of voormalige werkgevers, opdrachtgevers of andere organisaties waarmee ik verbonden ben of ben geweest. De inhoud van deze website wordt regelmatig aangevuld, aangepast en gewijzigd. Hoewel ik probeer de informatie zo zorgvuldig en actueel mogelijk te houden, kan ik niet garanderen dat alle informatie volledig, juist of actueel is. Aan de inhoud van deze website kunnen daarom geen rechten worden ontleend. Denhardsworld.com is een persoonlijk initiatief zonder winstoogmerk.
